recensies
titelpagina


Echt relaas van de muiterij op het Oostindisch Compagnieschip Nijenburg

bestellen
In de nacht van 14 op 15 juni 1763 kwam tijdens het wisselen van de wacht een groep mannen het dek van het Oostindisch Compagnieschip Nijenburg oprennen al roepende: Duitsche Broeders, staat by! allon vat aan!
De muiters, georganiseerd in de zwavelbende, riepen op tot verzet tegen de officieren van het schip. Zo begon een van de beruchtste muiterijen uit de Nederlandse zeevaartgeschiedenis.
De Nijenburg was beladen met een kapitaal aan geld en goudstaven op weg naar Batavia om daar allerlei kostbare producten te kopen. De muiters hadden andere plannen. Kapitein Ketel werd gedwongen de steven te wenden naar Brazilië. Het schip bevond zich op dat moment ter hoogte van de Kaapverdische eilanden. De opvarenden gingen een tocht vol bedreigingen, diefstal en zelfs moord tegemoet. De muiters kwamen tenslotte aan op het (destijds Franse) eiland Cayenne, goed voorzien van VOC-goud uit de kluis van de Nijenburg. Daarmee leiden ze op het eiland een 'al te ongebonden leven', zodat ze door de autoriteiten ter plaatse werden ondervraagd en uiteindelijk door de mand vielen. De muiters werden in het openbaar, op een hoog duin bij Texel, ter dood gebracht. Zo kregen de uitvarende schepen een waarschuwing van wat de overheid voor muiters in petto had: radbraking, de galg of zelfs beiden. Het ooggetuige verslag van deze muiterij, dat een jaar later in Amsterdam verscheen, heeft in de achttiende eeuw enorme indruk gemaakt.

De heruitgave van de tekst, aangevuld met onder andere vier achttiende-eeuwse liederen over de muiterij, is verzorgd door Nienke de Jonge, Leonoor Kuijk en Liesbeth Oskamp.
ISBN 90-73853-05-2, 92 pag., EUR 8,50. Anna Abrahamsz
Journaal eener
Oostindische Reis

De pers over Echt relaas van de muiterij op het Oostindisch Compagnieschip Nijenburg:

- Dankzij het uitvoerige commentaar (...) is een opmerkelijk stukje zeevaartgeschiedenis aan de vergetelheid ontrukt.
(Vrij Nederland 13-6-1992)

- (...) Een recent verschenen uitgave van Terra Incognita is wel een voltreffer in de nog prille reeks. Het betreft hier een opnieuw uitgegeven scheepsjournaal uit 1763, waarschijnlijk opgesteld door de kapitein van de Oostindië-vaarder Nijenburg, dat het relaas bevat van een wel héél onvoorspoedige reis.
(...) Met een enerzijds merkwaardige nuchterheid en anderzijds toch ten prooi aan voortdurende doodsangst (in toom gehouden door een kinderlijk soort godsvertrouwen), beschrijft kapitein Ketel de hachelijke situatie waarin hij zich met zijn officieren bevond. Weliswaar beseften de muitende manschappen heel goed dat ze het zonder de ervaring en navigatiekunde van hun voormalige gezagvoerder nooit zouden redden, maar aan de andere kant verdachten de muiters hem telkens weer van sabotage, omdat het schip maar zo langzaam vorderde. (...) Het mooie van deze uitgave is dat de tekstverzorgers (Nienke de Jonge, Leonoor Kuyk en Liesbeth Oskamp) het niet hebben gelaten bij een zorgvuldige reproductie van de achttiende-eeuwse tekst: zij schetsen ook uitvoerig de omstandigheden waarin zo'n opstand kon plaatsvinden.
(Parool 10-7-1992)

- Deze tweede publicatie van de Stichting Terra Incognita is een verantwoorde en boeiende uitgave voor zowel de specialist als het algemeen publiek en een lofwaardige toevoeging aan de reeks, die vergeten reisverhalen opdiept en publiceert.
(Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde, deel 148, 2e afl. 1992)


terug naar begin